2018
De volgende wijzigingen voor 2018 zijn voor HR van belang:Transitievergoeding
De transitievergoeding bedraagt in 2018 maximaal € 79.000,- bruto of – indien hoger – een jaarsalaris. Bij de berekening van het jaarsalaris wordt rekening gehouden met het bruto loon, vakantietoeslag, vaste eindejaarsuitkering en overeengekomen vaste en variabele looncomponenten.No-risk polis voor ouderen
Voor oudere, voormalig werkloze werknemers bestaat een compensatieregeling voor de loonkosten bij ziekte. Op basis van deze regeling kan de werknemer na dertien weken ziekte via het UWV een ziektewet uitkering krijgen. De loonrisico’s voor werkgevers worden hierdoor beperkt. De no-risk polis wordt voor de jaren 2018 en 2019 tijdelijk uitgebreid door verruiming van de doelgroep van 63 naar 56 jaar.AOW
In 2018 wordt de AOW-leeftijd 66 jaar.Pensioenrichtleeftijd
Per 1 januari 2018 wordt de pensioenrichtleeftijd verhoogd van 67 naar 68 jaar. De pensioenrichtleeftijd bepaalt de maximale fiscale ruimte voor de opbouw van pensioen. Per 1 januari 2018 wordt ervan uitgegaan dat tot 68 jaar pensioen wordt opgebouwd. Pensioenregelingen zullen hierop aangepast moeten worden waarbij overleg dient plaats te vinden met ondernemingsraden en werknemers. Door de verhoging van de pensioenrichtleeftijd kan sprake zijn van een lagere pensioenopbouw en een vergroting van het pensioengat.Minimum loon
Op 1 juli 2017 is de minimumloonleeftijd verlaagd van 23 naar 22 jaar. Het minimumjeugdloon is omhoog gegaan. Op 1 juli 2019 gaat de minimumloonleeftijd verder omlaag naar 21 jaar en het minimumjeugdloon verder omhoog. Voor extra uren (meer dan in het contract staat of meer dan werkweek in de branche of organisatie telt) moet vanaf 1 januari 2018 gemiddeld minstens het minimumloon worden betaald. In het geval van stukloon moet gemiddeld het minimumloon worden betaald over de uren dat gewerkt wordt. Werkgevers kunnen in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in verband met de verhoging van het minimumjeugdloon voor jongeren van 18 tot en met 21 jaar (jeugd-LIV). Per 1 januari 2018 bedraagt het minimumloon voor de categorie 22 jaar en ouder € 1.578,- bruto voor een volledige werkweek.Wet minimumloon op nader bepaalde overeenkomsten van opdracht (WML OVO)
De Wet minimumloon en vakantiebijslag (Wml) geldt per 1 januari 2018 ook voor personen die werkzaam zijn op basis van een overeenkomst van opdracht (tenzij er sprake is van fiscaal ondernemerschap). Het doel van deze wetswijziging is om oneigenlijk gebruik van de overeenkomst van opdracht tegen te gaan en oneigenlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden te voorkomen. Het wettelijk minimumloon geldt ook indien de werkzaamheden worden verricht op basis van een aanneem- uitgeef- of vervoersovereenkomst.Loonkostenvoordeel
Op 1 januari 2018 gaat het loonkostenvoordeel (LKV) in. Werkgevers die oudere werknemers (56 jaar en ouder) en/of werknemers met een arbeidsbeperking vanuit een uitkeringssituatie in dienst nemen of houden, kunnen in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming. De werknemer moet aan alle voorwaarden van de doelgroep voldoen en beschikken over een doelgroepverklaring. De doelgroepverklaring kan worden aangevraagd bij het UWV of de gemeente. De huidige premiekortingen komen te vervallen.Het regeerakkoord
De volgende onderdelen uit het regeerakkoord vragen aandacht van HR.Cumulatiegrond ontslaggronden
Onder de WWZ is het voor een voldoende wettelijke basis voor ontslag noodzakelijk dat de gekozen ontslaggrond “voldragen” is. Hierdoor kan ontslag onnodig bemoeilijkt worden waardoor minder snel arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd worden aangeboden. Daarom wordt voor gevallen waarbij aan meerdere ontslaggronden gedeeltelijk is voldaan een “cumulatiegrond” ingevoerd. Het wordt daardoor voor de rechter weer mogelijk om een afweging te maken of ontslag gerechtvaardigd is op basis van een cumulatie van de omstandigheden genoemd in de verschillende rechtsgronden. De rechter kan in dat geval naast de transitievergoeding een extra vergoeding toekennen van maximaal de helft van de transitievergoeding.Transitievergoeding
De transitievergoeding wordt als volgt gewijzigd:- de voorwaarde dat de arbeidsovereenkomst ten minste 24 maanden heeft geduurd, komt te vervallen zodat vanaf het begin van de arbeidsovereenkomst recht op de transitievergoeding ontstaat;
- de transitievergoeding wordt verlaagd en is voor alle dienstjaren gelijk aan een zesde van het loon per maand voor elke periode van zes maanden dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd. Na tien dienstjaren, vindt dus geen hogere opbouw meer plaats zoals nu het geval is. De overgangsregeling voor oudere werknemers die geldt tot 1 januari 2020 wordt gehandhaafd;
- de mogelijkheid om scholingskosten in mindering te brengen op de transitievergoeding wordt verruimd. Scholingskosten gemaakt voor een andere functie, binnen de eigen onderneming kunnen ook in mindering worden gebracht op de transitievergoeding;
- werkgevers die een transitievergoeding moeten betalen bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid worden gecompenseerd;
- er bestaat geen recht op een transitievergoeding bij ontslag om bedrijfseconomische redenen als een cao-regeling van toepassing is;
- de criteria voor de overbruggingsregeling transitievergoeding voor kleine werkgevers worden versoepeld en vereenvoudigd;
- werkgevers die hun onderneming beëindigen wegens ziekte of pensionering worden onder voorwaarden voor de transitievergoeding gecompenseerd.