- Transitievergoeding
- Cumulatiegrond en extra vergoeding
- Ketenbepaling
- Oproepovereenkomst
- Payrolling
- WW
- Loonstrook en informatieplicht werkgever
- Compensatieregelingen transitievergoeding
- Slapende dienstverbanden
1. Transitievergoeding
Uitgangspunt is dat de transitievergoeding is verschuldigd bij het niet voortzetten van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en ontslag op initiatief van de werkgever. Met ingang van 1 januari 2020 gelden de volgende wijzigingen:- het recht op een transitievergoeding ontstaat gelijk bij aanvang van het dienstverband (en dus niet pas nadat de arbeidsovereenkomst twee jaar of langer heeft geduurd);
- de opbouw van de transitievergoeding wordt verlaagd. Voor elk jaar dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd is een transitievergoeding van een derde maandsalaris verschuldigd;
- de verhoging van de transitievergoeding nadat de arbeidsovereenkomst tien jaar heeft geduurd, wordt afgeschaft;
- de transitievergoeding wordt berekend over de feitelijke duur van de arbeidsovereenkomst (de arbeidsovereenkomst wordt dus niet meer afgerond op volledig gewerkte halve dienstjaren);
- de transitievergoeding voor oudere werknemers en de overbruggingsregeling transitievergoeding voor kleine werkgevers vervallen.
2. Cumulatiegrond en extra vergoeding
Sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid (WWZ) is er sprake van een gesloten stelsel van redelijke gronden voor ontslag. De door de werkgever gekozen ontslaggrond, moet volledig zijn “voldragen”. Met de invoering van de WAB wordt een nieuwe ontslaggrond ingevoerd, de i-grond. Dit betreft een cumulatiegrond. Op basis van deze grond kan er sprake zijn van een combinatie van omstandigheden uit twee of meer ontslaggronden (geen economische omstandigheden/verval arbeidsplaats en langdurige arbeidsongeschiktheid) op basis waarvan in redelijkheid niet van de werkgever kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Als de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op basis van de cumulatiegrond, kan de rechter een extra vergoeding toekennen. Deze vergoeding bedraagt maximaal de helft van de transitievergoeding en is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarnaast kan de werknemer nog aanspraak maken op een billijke vergoeding als er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever.3. Ketenbepaling
In de ketenbepaling is bepaald wanneer een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd converteert in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Met de invoering van de WAB wordt de termijn van 24 maanden verlengd naar 36 maanden. Vanaf de dag dat arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd elkaar met tussenpozen van ten hoogste zes maanden hebben opgevolgd en een periode van 36 maanden is overschreden, is er sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Onder voorwaarden is afwijking van de ketenbepaling mogelijk. Voor het basisonderwijs en speciaal onderwijs geldt een uitzondering.4. Oproepovereenkomst
Er is sprake van een oproepovereenkomst als:- de omvang van de te verrichten arbeid niet is vastgelegd als één aantal uren per tijdseenheid van ten hoogste een maand of van ten hoogste een jaar, waarbij het recht op loon gelijkmatig gespreid is over die tijdseenheid; of
- de werknemer geen recht heeft op het naar tijdruimte vastgestelde loon, indien hij de overeengekomen arbeid niet heeft verricht.
5. Payrolling
Payrolling blijft mogelijk om werkgevers te ontzorgen. Payrolling mag echter niet tot minder goede arbeidsvoorwaarden en concurrentie op arbeidsvoorwaarden leiden. Payrolling wordt zowel in het BW als in de Waadi gedefinieerd. In het BW wordt onder payrolling verstaan de uitzendovereenkomst waarbij:- de overeenkomst van opdracht tussen de werkgever (payroller) en de derde niet tot stand is gekomen in het kader van het samenbrengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt (er is dus géén sprake van een allocatiefunctie) en
- de werkgever alleen met toestemming van de derde bevoegd is de werknemer aan een ander ter beschikking te stellen (exclusiviteit).
BW
De bijzondere bepalingen die gelden bij een uitzendovereenkomst (het zogenaamde lichtere arbeidsrechtelijke regime) zijn bij payrolling met ingang van 1 januari 2020 niet meer van toepassing. Denk aan het uitzendbeding, de uitsluiting van de loondoorbetalingsverplichting en de verruimde ketenbepaling.Waadi
In het kader van de Waadi zijn de volgende wijzigingen van belang:- de arbeidskracht die ter beschikking is gesteld – waaronder de payrollwerknemer- heeft recht op ten minste dezelfde arbeidsvoorwaarden als die gelden voor werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de inlener. Het betreffen de individuele en collectieve en zowel primaire als secundaire arbeidsvoorwaarden. Denk bijvoorbeeld aan loon, arbeidstijden, vakantie, verlofregelingen, loondoorbetaling bij ziekte;
- de inlener moet ervoor zorgdragen dat de ter beschikking gestelde arbeidskrachten gelijke toegang hebben tot de bedrijfsvoorzieningen of diensten in zijn onderneming (bijvoorbeeld kantines, kinderopvangfaciliteiten). Bij payrolling kan hier niet van worden afgeweken;
- is er bij de inlener sprake van een fonds waar degene die arbeidskrachten ter beschikking stelt zich niet bij kan aansluiten, dan moet de geldelijke bijdrage worden gereserveerd en minimaal jaarlijks aan de arbeidskracht worden uitgekeerd;
- met ingang van 1 januari 2021 dient voor de arbeidskracht die in het kader van payrolling terbeschikking wordt gesteld tevens sprake te zijn van een adequate pensioenregeling;
- de inlener dient ervoor te zorgen dat ontstane vacatures binnen zijn onderneming tijdig en duidelijk ter kennis worden gebracht aan de terbeschikking gestelde arbeidskrachten;
- voor de inlener geldt de verplichting om de voor hem geldende arbeidsvoorwaarden te melden aan de onderneming die de arbeidskracht ter beschikking stelt. Deze melding moet plaatsvinden voorafgaand aan de terbeschikkingstelling.