- Geen dualistisch stelsel
- Geen regeling voor vertrouwelijkheid
- Geen regeling van uitsluiting van de aansprakelijkheid
- Geen kwaliteitseisen aan arbiters
- Geen voorziening voor het vragen van een prejudiciële beslissing
- Geen voorziening arbitralibiliteit geldigheid besluiten van een vennootschapsorgaan.
- Boek 3 Wijzigingen in boek 3: 316 en 3: 319 BW (stuiting verjaring rechtsvordering ook in geval van onbevoegdverklaring scheidsgerecht (1052.2 Rv) die in kracht van gewijsde is gegaan; de overheidsrechter is onbevoegd ex 1022.1 Rv). Door stuiting gaat een nieuwe verjaringstermijn lopen, gelijk aan oorspronkelijke maar max 5 jaar.
- Boek 6 Boek 6: 236 sub n: een beding in algemene voorwaarden is onredelijk bezwarend indien een ander dan de overheidsrechter bevoegd is (relevant voor consumententransacties).
- Boek 10 Boek 10: 166: overeenkomst tot arbitrage is materieel geldig indien deze geldig is naar het recht dat partijen hebben gekozen of naar het recht van de plaats van arbitrage of, indien geen rechtskeuze is gedaan, geldig naar het recht dat van toepassing is op de rechtsbetrekking waarop de arbitrageovereenkomst betrekking heeft. Boek 10: 167: Indien een Staat, publiekrechtelijk rechtspersoon of staatsonderneming partij is bij arbitrage-overeenkomst, kan hij GEEN beroep doen op wetgeving die de bekwaamheid / bevoegdheid tot het aangaan van dergelijke overeenkomsten of de arbitrabiliteit betwisten indien wederpartij die regeling kende noch behoorde te kennen.
- Institutionele wraking (art. 1035 Rv): trekt de arbiter zich niet terug, dan kunnen partijen ook bij overeenkomst voorzien in behandeling door een derde (in plaats van door de voorzieningenrechter). Partijen kunnen bij overeenkomst andere termijnen afspreken.
- Bewijsvoering, toelaatbaarheid van de bewijsmiddelen, de bewijslastverdeling en waardering van het bewijs (art. 1039 Rv) staan ter vrije bepaling van het scheidsgerecht, tenzij partijen anders zijn overeengekomen. De regeling ziet niet alleen op het formele bewijsrecht, maar ook op het materiele bewijsrecht. Zo kan bijvoorbeeld de stelplicht en bewijslast onder Nederlands recht doorbroken worden.
- Voorlopige voorzieningen (art. 1043b Rv): een provisioneel vonnis kan worden omgezet in een uitspraak ten principale op verzoek van partijen; een provisionele uitspraak is vatbaar voor gedwongen tenuitvoerlegging; op verzoek van partijen kan het scheidsgerecht in plaats van een uitspraak in voorlopige voorziening, direct een uitspraak ten principale doen.
- Rechtsverwerking (art. 1048a Rv): een partij moet zonder onredelijke vertraging bezwaar maken indien volgens hem gehandeld is in strijd met de wet, de overeenkomst tot arbitrage, of opdracht of beslissing van het scheidsgerecht, op straffe van rechtsverlies (partij mag daar later dan geen beroep meer op doen in arbitrage of bij overheidsrechter).
- Motivering (art. 1057 Rv) en depot van het arbitraal vonnis middels een opt in (art. 1058 Rv): de motivering kan geheel achterwege blijven in het vonnis indien partijen dit overeenkomen. Depot van het vonnis is alleen verplicht indien partijen dit zijn overeenkomen. De arbitrale procedure eindigt 4 weken na verzending van het vonnis aan partijen of depot. Van een gedeponeerd vonnis wordt geen afschrift of uittreksel meer verstrekt (art. 1058 lid 4 Rv).
- Afstemming van de gronden tot weigering exequatur en de gronden voor vernietiging (art. 1063 Rv); een exequatur kan door de voorzieningenrechter slechts geweigerd worden indien vernietiging of herroeping waarschijnlijk is.
- De vernietigingsprocedure van een arbitraal vonnis bij de Overheidsrechter loopt nog maar bij een (1) instantie, namelijk direct bij Gerechtshof (art. 1064 Rv); Cassatie bij de Hoge Raad blijft gewoon mogelijk.
- De termijn om vernietiging te vorderen (art. 1064a Rv) vervalt 3 maanden na de dag van verzending van het vonnis (dan wel depot vonnis).
- Contractuele uitsluiting van cassatieberoep in een vernietigingsprocedure (art. 1064a Rv) is toegestaan behalve bij een natuurlijk persoon niet handelend in de uitoefening van beroep / bedrijf.
- Geheel nieuw is de constructie van “terugverwijzing” (remission) (art. 1065a Rv): in een vernietigingsprocedure (die dus bij het Gerechtshof zal dienen plaats te vinden) kan het Gerechtshof een zaak terugverwijzen naar het scheidsgerecht. Dat gebeurt op verzoek van een partij of op eigen initiatief van het Hof. Het scheidsgerecht wordt dan in staat gesteld om de grond tot vernietiging ongedaan te maken door heropening van het arbitraal geding dan wel door het nemen van een andere maatregel als het scheidsgerecht dat geraden acht. Tegen de terugverwijzing staat geen hogere voorziening open. Het nieuwe vonnis komt dan in de plaats van oude.
- Na vernietiging van een arbitraal vonnis kan toch nog arbitrale competentie bestaan (art. 1067 Rv): wanneer in een arrest een arbitraal vonnis is vernietigd en dat arrest is onherroepelijk geworden, dan herleeft de bevoegdheid van de overheidsrechter, maar alleen indien en zover het arbitraal vonnis is vernietigd op grond van het ontbreken van een geldige overeenkomst tot arbitrage. In geval van andere vernietigingsgronden, blijft de overeenkomst van arbitrage van kracht tenzij partijen anders zijn overeengekomen.
- Innovatief is de mogelijkheid van elektronisch arbitreren (art. 1072b Rv): het gebruik van elektronische middelen wordt mogelijk gemaakt. Processtukken en andere bescheiden, mededelingen en handelingen kunnen ook op elektronische wijze doorgegeven worden. Mits de geadresseerde kenbaar heeft gemaakt dat hij langs elektronische weg bereikbaar is. Onder bescheiden wordt mede begrepen op een gegevensdrager aangebrachte gegevens en langs elektronische weg ingediende gegevens. Een vonnis mag ook in elektronische vorm worden opgesteld (nu moeten arbiters een schriftelijke handtekening zetten en indien een handtekening ontbreekt, is het vonnis niet geldig). In geval van verschijning mogen partijen ook door middel van elektronische middelen rechtstreeks in contact staan met elkaar: een zitting door middel van video conferencing wordt mogelijk. Het scheidsgerecht bepaalt welke middelen. Elektronische berichten worden geacht te zijn verzonden op het moment waarop het bericht een systeem bereikt waarvoor de verzender geen verantwoordelijkheid draagt.