- De werknemer is ongeschikt tot het verrichten van de bedongen arbeid (niet ten gevolge van ziekte of gebreken).
- De werknemer is tijdig in kennis gesteld door de werkgever.
- De werknemer is in voldoende mate in de gelegenheid gesteld om zijn functioneren te verbeteren.
- Het disfunctioneren is niet het gevolg van onvoldoende zorg voor scholing of de arbeidsomstandigheden.