Inhoud wetsvoorstel
Het wetsvoorstel ziet op twee belangrijke aspecten. Allereerst wordt de opbouw van vakantiedagen tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid gewijzigd en daarnaast wordt de verjaringstermijn van wettelijke vakantiedagen verkort.Nieuwe wet
- Over de gehele periode van arbeidsongeschiktheid worden de wettelijke vakantiedagen opgebouwd. De wettelijke hoeveelheid vakantiedagen bedraagt vier keer de overeengekomen arbeidsduur per week. (Op basis van 40 uur werken per week heeft de werknemer zodoende twintig wettelijke vakantiedagen per jaar.)
- Vakantiedagen kunnen met instemming van de werknemer tijdens de ziekte worden opgenomen. Indien de werknemer hier niet mee instemt, kan de werkgever het verzoek om vakantie afwijzen. De werkgever dient dit tijdig aan te geven en goed te onderbouwen.
- Alle wettelijke vakantiedagen moeten worden opgenomen in het jaar waarin de dagen worden opgebouwd. Indien dat niet mogelijk is, dient de werknemer de resterende vakantiedagen op te nemen vóór 1 juli van het daarop volgende jaar. Wanneer de werknemer ook dan niet zijn wettelijke vakantiedagen heeft opgenomen, komen deze te vervallen, tenzij de werknemer redelijkerwijs niet in staat was om zijn vakantiedagen op te nemen.
- De mogelijkheid bestaat om in onderling overleg de vervaltermijn van de wettelijke vakantiedagen te verlengen.
- De verjaringstermijn van bovenwettelijke vakantiedagen blijft ongewijzigd en zal dus ook na de inwerkingtreding van het wetsvoorstel vijf jaar bedragen.
Oude wet
- Volgens de huidige wetgeving bouwt de volledig arbeidsongeschikte werknemer alleen vakantiedagen op over de laatste zes maanden van de arbeidsongeschiktheid.
- Alle vakantiedagen verjaren na vijf jaar.