Nieuwe regeling
De wetgever beoogt met de nieuwe regeling een einde te maken aan die onzekerheid en derde partijen te beschermen tegen ongeldige rechtshandelingen vanwege tegenstrijdig belang situaties. De nieuwe regeling heeft dan ook slechts interne werking wat zoveel betekent dat een rechtshandeling in strijd met die regeling weliswaar nog steeds door de vennootschap kan worden vernietigd, maar dat de vernietiging van die rechtshandeling slechts binnen de vennootschap, dus intern, werkt. Indien een bestuurder door te handelen in strijd met de tegenstrijdig belangregeling de vennootschap schade heeft toegebracht, kan hij wel voor vergoeding van die schade worden aangesproken. De rechtshandeling blijft nu extern, dus jegens derde partijen in het handelsverkeer, gewoon geldig. De vennootschap blijft daarom ook in het geval van een tegenstrijdig belang van een bestuurder gebonden aan de rechtshandeling en derde partijen hoeven niet meer te vrezen voor de ongeldigheid daarvan. De nieuwe tegenstrijdig belang regeling bepaalt dat een bestuurder niet aan de beraadslaging en besluitvorming van het bestuur deelneemt indien hij daarbij een direct of een indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Wanneer daardoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, bijvoorbeeld omdat het bestuur uit maar één persoon bestaat, wordt het besluit genomen door de raad van commissarissen. Bij het ontbreken van een raad van commissarissen, wordt het besluit genomen door de algemene vergadering, tenzij de statuten anders bepalen. De criteria wanneer van een tegenstrijdig belang sprake is, zijn als gevolg van de wetswijziging niet gewijzigd. Van een tegenstrijdig belang is daarom nog steeds sprake indien de bestuurder zich bij zijn handelen (met name) laat leiden door zijn persoonlijk belang in plaats van (uitsluitend) het vennootschappelijk belang. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat de vraag of sprake is van een tegenstrijdig belang tussen een bestuurder en de vennootschap beantwoord moet worden met inachtneming van alle omstandigheden van het geval. Degene die zich op tegenstrijdig belang beroept, zal niet kunnen volstaan met het aanvoeren van de enkele mogelijkheid van een tegenstrijdig belang zonder concreet aan te tonen dat daarvan sprake is. Hij zal omstandigheden moeten aanvoeren die zodanig van invloed kunnen zijn geweest op de besluitvorming van de betrokken bestuurder dat deze zich niet in staat had mogen achten het belang van de vennootschap en de betrokken onderneming integer en onbevooroordeeld te behartigen. Het is geen vereiste dat de vennootschap daadwerkelijk benadeeld wordt door de rechtshandeling.Overgangsregeling
Het uitgangspunt van de nieuwe wet is dat de wet onmiddellijk in werking is getreden en alleen van toepassing is op gevallen van op of na 1 januari 2013. Alhoewel de oude wettelijke bepalingen zijn komen te vervallen, zijn ze nog wel van toepassing op gevallen van voor 1 januari 2013. Dat betekent dat met betrekking tot rechtshandelingen die voor 1 januari 2013 zijn verricht nog steeds de ongeldigheid kan worden ingeroepen. Ongeldige rechtshandelingen van voor 1 januari 2013 hebben nog steeds externe werking jegens derde partijen. Omdat verjaring niet van toepassing is op een beroep op mogelijk tegenstrijdig belang, zijn we in de praktijk dus nog (lang) niet af van de oude wettelijke regeling. Daarom dient in de praktijk goed te worden gekeken naar wanneer een rechtshandeling is verricht voor de beantwoording van de vraag op basis van welke wettelijke bepalingen het handelen naar aanleiding van een mogelijk tegenstrijdig belang dient te worden beoordeeld. De overgangsregeling biedt voor de gevallen van voor 1 januari 2013 wel de volgende reparatiemogelijkheid: indien sprake is van vertegenwoordiging door een bestuurder met tegenstrijdig belang van voor 1 januari 2013, kan de algemene vergadering van de vennootschap die ongeldige vertegenwoordiging bekrachtigen door de bestuurder die met een tegenstrijdig belang handelde alsnog als vertegenwoordiger aan te wijzen. Oude statutaire regelingen die zijn gebaseerd op de oude tegenstrijdig belangregeling hebben volgens de overgangsregeling geen rechtskracht meer. Stel dat in de praktijk een pro actieve bestuurder verouderde statuten erbij pakt zonder ervan op de hoogte te zijn dat de oude statutaire regeling niet meer geldt en vervolgens conform die statuten de algemene vergadering verzoekt een derde als tegenstrijdig belang vertegenwoordiger te benoemen. Dan is het resultaat dat die derde niet vertegenwoordigingsbevoegd wordt of is geworden, omdat de algemene vergadering, die bevoegdheid op basis van de nieuwe wet niet meer heeft. Om te voorkomen dat ten onrechte een beroep op de oude regeling wordt gedaan, is het is daarom raadzaam de statuten op dat punt zo spoedig mogelijk te wijzigen en de nieuwe wettelijke bepalingen toe te passen. Bronnen:- Wet van 6 juni 2011 tot wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van regels over bestuur en toezicht in naamloze en besloten vennootschappen (met name de artikelen 2:129 lid 6 , 2:239 lid 6 en artikel IV);
- J.D.M. Schoonbrood, “Overgangsrecht Wet vereenvoudiging en flexibilisering B.V.-recht en Wet Bestuur en Toezicht”, WPNR 2012/6933;
- R.G.J. Nowak, “Tegenstrijdige belang in het wetsvoorstel Bestuur en Toezicht”, Ondernemingsrecht 2008/174;
- A.F.J.A. Leijten, “Overgangsrechtelijk tegenstrijdig belang”, Ondernemingsrecht 2009/144; en
- Hoge Raad 11 september 1998, NJ 1999/171 (Mediasafe II), Hoge Raad 29 juni 2007, NJ 2007/420 (Bruil), Hoge Raad 21 maart 2008, NJ 2008/297 (Nieuwe Steen) en Hoge Raad 9 oktober 2009, NJ 2009/596 (Bovast).