- De Politie is een grote professionele wederpartij;
- Na het plaatsen van de bestelling zijn vragen gesteld over de betreffende licenties (“de groei in het overzicht is de bestelling die jullie gaan plaatsen?”), waarop de Politie niet heeft gereageerd;
- Het besteltraject van de licenties liep over verschillende ‘schijven’. Iedere opgave werd door verschillende functionarissen binnen de organisatie gezien voordat deze werd gedaan. De eigen interne controle is daarbij tekortgeschoten;
- De Politie heeft er zelf geruime tijd over heeft gedaan om de vergissing te ontdekken. Zo evident is de vergissing dus niet (geweest);
- De opgave mocht als een bestelling onder de geldende overeenkomsten worden opgevat en dat verplichtte de Politie ook tot betaling van de bestelde licenties. Van de gestelde betaling zonder rechtsgrond is dan ook geen sprake;
- Microsoft hoefde de Politie niet te waarschuwen wanneer zij opgave doet van software die zij niet gebruikt, nu de door Microsoft geleverde prestatie bestaat uit het verlenen van een recht van gebruik van software, dat losstaat van het feitelijk gebruik daarvan;
- De Politie had eerder dezelfde licenties afgenomen, zij het niet eerder zo’n groot aantal tegelijk. Het enkele feit dat de Politie nu zo’n groot aantal licenties afnam, behoefde voor Microsoft echter geen reden te zijn om te veronderstellen dat de Politie de opgegeven licenties niet wenste;
- Microsoft heeft geen (ongeschreven) rechtsplicht om te controleren of de Politie zich misschien heeft vergist bij het doen van een opgave die geldt als een bestelling onder de overeenkomsten;
- Hoewel de Politie eerder een vergissing heeft begaan bij het doen van een opgave en dat Microsoft toen een creditfactuur heeft verzonden, betekent dit niet dat de Politie erop mocht vertrouwen dat onderhavige vergissing opnieuw met een creditfactuur zou worden afgedaan.